Bizar: zo dacht ik vroeger over geld (en nu niet meer)

Een paar jaar geleden was ik nog een financiële ramp. Altijd geld tekort en onbetaalbare dromen. In een paar jaar ging ik van dik in de min naar vet in de plus. Dit kun jij ook. Lach mee en check hoe jij net als ik je financiën op de rit krijgt. 

1. “Ik had toch nog een vijftigje in mijn portemonnee?”

Ik had geen enkel inzicht in wat ik met mijn geld deed. Als ik op maandag €50 in mijn portemonnee stopte, had ik dinsdag al geen idee meer wat daar nog van over was. Of als het op was, waaraan ik het had uitgegeven. Soms was ik er heilig van overtuigd dat ik heus nog wel cash in mijn portemonnee had. Dan stond ik er vastberaden naar te zoeken bij de kassa, maar dan was het er gewoon niet meer. Op. Uitgegeven. Geen idee meer waaraan. Hoe kun je veranderen, zeg. Ik loop al een maand met een tientje in mijn portemonnee rond. Als wisselgeld van iets wat ik contant moest betalen. Het zou zomaar kunnen dat dat tientje nog een maand blijft zitten. Het brandt niet meer in mijn zakken. Voor wie dat nog niet zo ervaart: stop het geld goed weg achter een paar bonnetjes, zodat je het niet steeds ziet. Dan geef je het minder makkelijk uit.

2. “Als deze pas het niet doet, heb ik nog een andere, hoor”

Hoe vaak ik dit wel niet zei… Dan stond ik bij de kassa om iets af te rekenen en had ik eigenlijk geen idee of er nog genoeg geld op mijn rekening stond. Ik checkte mijn saldo ook bijna nooit. Dus kondigde ik alvast half aan bij de verkoper dat de pas misschien zou weigeren, maar dat ik nog een andere had. Gênant. Inmiddels heb ik nog maar één pasje, van de gezamenlijke rekening. Dat is het. Als daar het saldo ontoereikend is, dan heb ik pech. Oh, en die rekening check ik ongeveer iedere dag. Dat helpt enorm bij inzicht krijgen in hoeveel je waaraan uitgeeft. Plus: zo weet je altijd wat er op je rekening staat en sta je nooit te stuntelen bij de kassa.

3. “Ik droom van een vrijstaand huis”

Ik groeide op in een vrijstaand huis (agrarisch bedrijf) en dacht altijd: ik wil later ook vrijstaand wonen. Dat doe ik nu niet. En die wens heb ik ook niet meer. Tuurlijk, als ik zou verhuizen en ik kon kiezen tussen een rijtjeshuis en een vrijstaande woning, zou ik voor die laatste kiezen. Maar het is geen doel an sich meer. Ik weet niet waarom dat het vroeger wel was. Ik denk dat het meer met status te maken had, dan met het huis zelf. De buitenwereld vindt: als je vrijstaand woont, heb je het gemaakt. Wat mensen vinden, boeit me nu niet zo meer.

4. “Wat als ik nooit meer ga verdienen dan ik nu doe. De horror!”

Dit vond ik een vreselijk scenario. Wat als ik nooit meer meer zou gaan verdienen dan ik op dat moment deed. Ook dit was een status-dingetje, denk ik. We worden opgevoed met het idee dat stilstand achteruitgang is. Ik geloofde dat ook. Nu niet meer. Er is meer in het leven dan altijd maar meer gaan verdienen. Dingen die geen geld opleveren, maar wel veel plezier. Mijn inkomen is nog altijd belangrijk voor me. Ik probeer genoeg te verdienen om lekker te kunnen leven en te sparen. Maar of dat inkomen groeit, boeit me minder. Als ik er maar mee kan doen wat ik ervan wil doen.

LEES OOK: Het spaarverhaal van Janke: “Ik spaarde een fijner leven bij elkaar”

5. “Een kast vol kleding en niets om aan te trekken”


Ik had vroeger zoveel. Schoenen alleen al. Ik denk een paar of 20. Ze stonden op twee planken uitgestald onder mijn kapstok. Nu? Nu heb ik een paar All Stars, een paar lage laarsjes, hoge laarsjes en ballerina’s. That’s it, daar doe ik het mee. O ja, nog een paar hardloopschoenen, maar die heb ik al sinds de Middeleeuwen niet meer gebruikt, geef ik eerlijk toe. Het is een stuk duidelijker zo, met minder. In mijn kast hangt wat ik draag. Daar kies ik uit. Alles wat ik niet meer draag, is weg. Al heb ik een paar broeken die niet meer passen, maar die ik niet wegdoe, omdat ik ervan overtuigd ben ooit nog een maat te krimpen. Yeah right. Hier geldt echt: less is more. Met minder kleding heb ik meer overzicht en draag ik uiteindelijk meer verschillende dingen dan toen mijn kast ramvol zat.

Zo koopziek als toen ben ik allang niet meer. Deze piramide hielp mij.

6. “Later is nog zo ver weg”

Ik riep dit vroeger van de hoogste daken, later komt dan wel. Totdat ik 30 werd. Toen waren mijn onbezorgde twenties voorbij en ging ik toch maar eens aan later denken. Huis aflossen, sparen, beleggen. Kinderen krijgen maakt je daar meer bewust van, merkte ik. Je moet het voor hen toch een beetje op orde hebben, vond ik. Met als gevolg dat later nu best een belangrijk onderdeel van ons bestedingsritueel is. Sparen voor later. Beleggen voor later. Al hebben we er nu ook plezier van, hoor. Zo dalen onze woonlasten flink door het aflossen op onze hypotheek.

7. “Fuck, ze hebben het niet af kunnen schrijven”

Ai, ai, ai. Ik kreeg vaak belletjes of brieven van bedrijven dat ze automatische incasso’s niet konden afschrijven. Dan had ik te veel geld uitgegeven, waardoor er niet genoeg overbleef voor de vaste lasten. Soms betaalde ik zelfs de hypotheek te laat. Het duurde nog best lang voor ik dacht: dat moet anders. Ik opende een tweede rekening, waar ik alleen het geld voor de vaste lasten opzette. Daar had ik geen pasje van en nog steeds niet. Zo kon ik geld uitgeven zonder bang te zijn dat er niet meer genoeg op stond voor de automatische afschrijving. Dat doe ik nu een paar jaar zo en het werkt top.

8. “Ik heb nog € 10 want ik sta -€990”

Zo dacht ik, ooit. Ik had een krediet van €1000 op mijn rekening. Volgens mij had iedereen dat toen. Als ik €-990 stond, vond ik dat ik nog €10 te besteden had. Iedere maand eindigde ik dik onder nul. Het demotiverende was, dat als ik salaris kreeg, ik net boven 0 stond. Betaalde ik mijn rekeningen netjes, stond ik alweer in het rood. Het kostte me superveel rente. Uit mijn hoofd iets van 14%. Toen ik eens een flinke financiële meevaller had, loste ik dat krediet af. En ik zegde het ook meteen op. Weg ermee. Geld dat je niet hebt, kun je niet uitgeven. Wat een opluchting was dat.

9. “Geld is niet belangrijk”

Dat vond ik altijd. Vind ik niet meer. Geld is wel belangrijk. Dat merkte ik toen ik mijn eerste koophuis met een flinke schuld verkocht. Keihard sparen zorgde ervoor dat ik daar vrij wegkwam. Dat ik niet nog jarenlang hoefde af te betalen aan die schulden, tegen flinke rente. Het zorgde ervoor dat ik door kon met mijn leven. Dus nee, geld is niet het belangrijkste, maar het is wel fijn en maakt het leven een stuk relaxter.

Wil je dit artikel nog een keer lezen? Bewaar hem dan op Pinterest:

Wil je een reactie inspreken voor de podcast of heb je een vraag?

Spreek je bericht in via de Whatsapp van PorteRenee: 06-47250448.
Misschien zit jij komende vrijdag dan wel in de PorteRenee Podcast.