Je zou zeggen, de duurste maand van het jaar is december. Maar holy cow. Bij ons is het dit keer februari. En dus moet de hand weer even op de knip. 

De bakfiets die we kochten op Marktplaats, had echt even een beurt nodig. De remkabels bleken niet goed, en nog zo wat dingen. Kosten: 150 euro. Opgeteld bij de aankoopsom altijd nog minder dan een nieuwe bakfiets, maar toch. Damn. Toen nog de auto van mijn man. We  besloten onlangs om ‘m weg te doen, omdat hij te vaak gewoon voor de deur staat te roesten. De afspraak voor de APK stond al, dus dat moest nog even gebeuren. Kosten: 250 euro. Op een bakkie van 1500 euro? Ook al zo’n tegenvaller. Maar een auto verkopen met een verlopen APK is ook niet echt een optie. Dus tja, ook dat moest maar. Daarbij opgeteld nog de aanschaf van een roeiapparaat, die in onze garage staat. Kosten: 185 euro. Mijn man wilde al lang zo’n ding en baalde van die zwemband om zijn middel, dus oke. En we moesten een nieuwe vriezer: 150 euro. Bij elkaar opgeteld is dat 735 euro. Even extra. Bleh, ik heb een hekel aan dat soort extra kosten, al weet ik: ze horen erbij.

Lees ook: Mijn inkomen van afgelopen maand

Begin van het jaar is ook het moment dat de meeste ondernemers hun aangifte inkomstenbelasting doen. Donkere tijden zijn dat. Tenminste, als je het een beetje goed hebt gedaan. Het hoort erbij. Als je veel moet afdragen, betekent dat dat je ook veel verdiend hebt. Dus niet zo over zeuren. Mijn man kreeg toen hij net begon als freelancer een keer geld terug. Daar baalde hij zo van. Het betekende volgens hem namelijk dat hij het niet goed had gedaan. Ik kan daar nog steeds om lachen. Hij ook, trouwens. Dit jaar rekenen we op zo’n 30.000 euro aan inkomstenbelasting. Dat geld staat te wachten op een spaarrekening waar we met moeite vanaf blijven. Want je weet: doe je dat wel, dan kom je in de shit.

Kortom; februari is voor ons een fucking dure maand. Toch willen we af en toe wat leuks doen. We wonen in een heel klein dorpje. Echt een dorp. Toen we hier gingen wonen, spraken we af: we nemen de kinderen geregeld mee naar de stad. We willen niet dat ze denken dat de wereld niet verder gaat dan het einde van de straat. We willen dat ze ook eens mensen ontmoeten die er anders uitzien dan wat ze kennen uit het dorp of zich anders gedragen. Om te voorkomen dat ons heerlijke dorp hun referentiekader wel heel benauwd maken.

Dus gaan we morgen de stad in. Het is al veel te lang geleden, ook voor onszelf. Mijn zoon begint al te glimlachen bij een rondje op zijn loopfiets door het Vondelpark. Parkeren in de straat waar mijn man vroeger woonde, daar is het nog gratis. En dan verder met het OV. Ik moet de rekening nog eens goed checken om te zien of we geld hebben voor een broodje in zo’n heerlijk benauwd en kindonvriendelijk Amsterdams eetcafé of dat het zelfgesmeerde bammetjes worden, genuttigd op een bankje in het park. Weet je: voor onze kinderen maakt het echt niet uit. Misschien vinden ze het laatste nog wel leuker dan het eerste.

Ik vind het zelf misschien nog wel het moeilijkst. Dat soms het geld gewoon even op is. Het is zo verleidelijk om dan geld terug te boeken van de spaarrekening. Ik wil dat gewoon niet meer. Ik wil niet zoveel geld uitgeven aan dingen die niet perse nodig zijn. Niet dat we niks leuks doen, hoor. Dat hebben we gewoon meegerekend in de vaste lasten. Ik word namelijk wel gelukkig van even lunchen buiten de deur af en toe. Toch: soms is het geld op. Dan kan ik even chagrijnig zijn om vervolgens het leukste weekend in tijden te hebben. Lekker samen, lekker buiten, lekker even iets creatiever dan in de auto stappen en naar de dierentuin. Het daagt je uit, zo is het ook wel weer. En daar hou ik dan wel weer van.

Lees ook: Het 52-weken-spaarplan