Je eerste huis kopen. Spannend! Je tweede trouwens ook. En misschien de derde. Hoeveel geld geef je uit? De meeste mensen laten het afhangen van hoeveel ze van de bank mogen lenen. Niet doen. Denk zelf na. Hoeveel kan je aan woonlasten betalen zonder dat je je vrijheid volledig inlevert? Dat is een veel belangrijkere vraag.

Lieve allemaal, het is iets rustiger dan jullie van me gewend zijn. Ik ben namelijk een boek aan het schrijven. Het gaat over de invloed van financiele keuzes op je leven. Dat klinkt saai, maar dat wordt het helemaal niet. Om mijn afwezigheid een beetje te compenseren laat ik jullie vandaag een beetje meelezen in wat ik schrijf. En natuurlijk om jullie alvast een beetje lekker te maken voor dat toffe boek, dat (als alles goed gaat) in het najaar verschijnt.

Lees ook: Over 30 jaar hoop ik vrij te zijn

In één van de hoofdstukken schrijf ik over een vrij gemiddeld stel zonder kinderen. Ik noem ze, doe eens gek, Henk en Ingrid. What’s in a name? Ze gaan hun eerste huis kopen. Zoals de meeste mensen kijken ze vooral naar twee dingen, namelijk:

  1. Wat kan ik maximaal lenen?
  2. Wat zijn de maandlasten die daarbij horen?

Beide logische vragen, waar je hypotheekadviseur je een goed antwoord op kan geven. Ik geloof dat je daarna jezelf ook nog een paar vragen moet stellen. Namelijk, hoe sterk verandert mijn leven door deze aankoop? Welke verplichtingen brengt het met zich mee?

Henk en Ingrid twijfelen tussen een 2-onder-1-kap van 350.000 euro en een hoekwoning van 250.000 euro. Het eerste huis is wat groter, de tuin ook. Het hoekhuis voldoet ook aan hun wensen, maar heeft wat minder allure en de badkamer is een beetje gedateerd. Hoe kiezen ze hiertussen? Ze zouden eigenlijk moeten uitrekenen wat de invloed is van de aankoop van beide huizen, op hun verdere leven. Ik doe het even voor ze.

Het duurdere huis (350.000 euro) gaat ze 1150 euro netto per maand kosten, ongeveer. Er vanuit gaande dat ze de kosten koper en andere bijkomende kosten zelf kunnen betalen en de hypotheekrente laag staat. Het hoekhuis kost ze zo’n 820 euro per maand netto. Dat zijn abstracte bedragen. Daar kun je niet zoveel mee. Behalve wanneer je uit gaat rekenen hoeveel ze voor dit huis moeten werken. Henk en Ingrid werken allebei 36 uur. Dat kan makkelijk nu ze nog geen kinderen hebben. Ze verdienen beide modaal. Dat is zo’n 2240 euro netto per maand. Omgerekend 15,17 euro per uur netto bij 36 uur. Voor het eerste huis moeten ze 76 uur per maand werken. Als ze het eerlijk verdelen werken ze allebei 38 uur per maand alleen voor de hypotheek. Dat is ruim een week per maand, per persoon.

Bij het tweede huis, het goedkopere hoekhuis, hoeven ze maar 54 uur per maand te werken voor hun huis. Dat is 27 uur per persoon. Misschien zie je nog steeds alleen maar een hoop getallen. Wat ik zie bij huis nummer twee zijn vooral mogelijkheden. Stel, Ingrid droomt er haar leven lang al van om een eigen bedrijf te beginnen. Ze is dol op mozaiken, heeft zich tijdens een reis naar Marokko laten inspireren door de mozaïek-stijl daar en wil dat naar Nederland brengen. Ze doet wat onderzoek en wat blijkt? Er is grote vraag naar het product dat ze voor ogen heeft.

Wonen Ingrid en Henk in de 2-onder-1-kap, dan wordt dit lastig. Als Ingrid voor haar bedrijf kiest, zal ze de eerste tijd waarschijnlijk geen inkomen hebben. Dat betekent dat Henk in zijn eentje het huis moet bekostigen. Van de 145 uur die hij per maand werkt voor zijn geld, zal hij er 76 moeten werken puur voor de hypotheek. Dat is meer dan de helft. Er ontstaat zo een onhoudbare situatie. Want van alleen Henk’s inkomen redden ze het niet. En zo valt Ingrid’s droom in duigen, net als de stenen die ze gebruikt voor haar mozaiek. Gelukkig zat er bij hun dure huis wel een flinke schuur, waar ze lekker kan hobbyen. Maar meer dan dat zal het nooit worden.

Stel, ze hadden toch gekozen voor het meer betaalbare hoekhuis van 250.000 euro, waar ze samen maar 54 uur per maand voor hoeven te werken. Nu is het Henk de man met een plan. Het stel heeft net samen een baby’tje gekregen en papa is zo verliefd op zijn ventje dat hij er iedere dag voor hem wil zijn. Eigenlijk zou hij best meer tijd met zijn kind door willen brengen. Doe eens gek: hij wil tot het mannetje naar school gaat, helemaal thuis blijven. Hij is zijn tijd ver vooruit, deze Henk. Ze rekenen wat en ontdekken dat ze het huis kunnen blijven betalen van alleen Ingrid’s inkomen. Van de 145 uur die zij werkt, zou dan 54 uur naar haar huis toe gaan. Van de inkomsten die de andere 91 gewerkte uren meebrengen, kunnen ze de overige rekeningen blijven betalen. Zeker nu ze geen kosten aan kinderopvang hebben.

Henk is erbij wanneer kleine Henkie zijn eerste stapjes zet, hij geeft hem zijn eerste fruithapje en brengt hem op de dag na zijn vierde verjaardag zelf naar school. Het was niet breed de afgelopen jaren, maar ze vonden het het het allebei meer dan waard. Het is een fictief voorbeeld, natuurlijk. Het laat zien hoe we onszelf met onze vaste lasten vrij kunnen houden of vast kunnen zetten. Door te kiezen voor lage vaste lasten, zorg je ervoor dat je er altijd voor kunt kiezen om je dromen uit te laten komen.  

Lees ook: Kill die vaste lasten en die van ons onthuld