150.000 euro schuld. Je kunt het je haast niet voorstellen. Dat is het bedrag waarmee Marielle Vreeken in de schuldsanering belandde. “Nu ik niets meer bezit, weet ik hoe bevrijdend dat is.”

Marielle:
“Joris’ familie was rijk. Dat wist iedereen in Arnhem. Ze runden al jaren een goedlopend bedrijf. Zijn moeder reed een Maserati, zijn vader een Jaguar. Toen Joris en ik op mijn 23e verliefd werden, belandde ik in een wereld die ik niet kende. Een wereld waarin alles kon. Ik werkte als bouwkundig tekenaar, had een prima salaris maar leefde zuinig, zoals mijn ouders me geleerd hadden. Ik wilde sparen voor later. Joris vond dat onzin. Je leeft toch nu? Hij droeg pakken van Boss. In zijn kledingkast hingen stropdassen van 100 euro. Toen ik voor het eerst met hem ging winkelen, kocht hij een trui van 400 euro. ‘Doe eens gek,’ zei hij.

Lees ook: ‘We leven met het hele gezin van één parttime salaris’

Eindelijk was ik bevrijd van de beperking die geld altijd was. Ik gooide mijn parfum van het Kruidvat weg en kocht alleen nog geurtjes van Yves Saint Laurent, mijn make-up was van Dior. Voor honderden euro’s haalde ik eten bij de traiteur. Joris betaalde vaak, ik zelf ook, en als we het niet hadden leenden we gewoon. Mijn familie vond dat uiterlijk vertoon belachelijk. Ze herkenden me amper nog, zeiden ze. Het maakte me boos. Gunden ze me dit leven soms niet? Ons contact werd steeds slechter. Ik maakte me er niet zo druk om. Ik had wel wat anders te doen. Een nieuwe auto kopen, bijvoorbeeld, want de Nissan Sunny die ik had kon écht niet meer.

Een Alfa Romeo, die moest het worden. In zo’n Italiaanse auto kon ik tenminste gezien worden. Glimmende velgen, strakke bekleding, dat beroemde slangenlogo groot voorop. Mijn werkgever bood aan me de aankoopsom te lenen, omdat de leaseauto die hij eerder beloofde niet door kon gaan. Van een leninkje meer of minder lag ik niet wakker. Mijn vriend was het met me eens: ‘We verdienen toch goed? En je maakt vast snel promotie.’ Zo was het. Toen ik in mijn eigen Alfa Romeo naar huis reed, voelde ik me de koning te rijk. Een meisje opgegroeid in een rijtjeshuis, met een moeder die huisvrouw was en een vader die werkte als conciërge, in zo’n wagen. Een die uitstraalt: Ik heb het gemaakt. Ik ben iemand. Over de linkerrijbaan scheurde ik iedereen voorbij. Pure euforie. Weg met middelmaat, leve de luxe.

Na 7 jaar samen kochten Joris en ik een huis. Een vrijstaande villa met zes slaapkamers en twee badkamers. Weg uit die suffe woonwijk. Het huis was prachtig. De buitenkant van steen, binnen alles van hout. We lieten wat muurtjes verwijderen en creëerden zo een grote ruimte met een open keuken. Ik had wat contacten in keukenbranche en wist met korting een keuken ter waarde van 80.000 euro op de kop te tikken. Het mooiste stenen blad, een dubbele wasbak, het meest luxe, professionele fornuis. Niet dat ik van koken hield, maar het was zoals ik altijd al wilde wonen.

Dat nuchtere, cynische stemmetje dat soms in mijn hoofd klonk: ‘Zeven vette, zeven magere jaren,’ probeerde ik te negeren. Meestal lukte dat. Naarmate de jaren verstreken steeds minder goed. Het bedrijf van Joris en zijn familie liep slecht en de aflossingen en rentes over onze leningen moesten wel betaald worden. Het voelde als jongleren. Het ene gat met het andere vullen. Joris wuifde mijn zorgen weg. ‘Een echte ondernemer houdt altijd zijn hoofd boven water,’ zei hij dan. Even vertrouwde ik daarop, maar ‘s avonds wanneer we in onze dure waterbed lagen, hield de paniek me wakker.

Op een dinsdag in april kwam er een einde aan het leven waar ik na tien jaar zo aan gewend was geraakt. Joris belde me op mijn werk. Aan zijn stem hoorde ik dat het mis was. Ik liep naar een leegstaand kantoortje verderop en trok de deur achter me dicht. ‘Onze vakantie gaat niet door,’ zei hij. We zouden in Noord-Afrika gaan genieten van zon en zee. ‘Ik ben over de kop.’ Hij vertelde het zo luchtig, alsof hij me vroeg een boodschapje te halen. Wat? Hoe? Wanneer? Voordat hij mijn vragen kon beantwoorden begon ik te snikken. Ik had misschien als een gek geleefd de laatste jaren, maar ik was niet gek. Ik wist dat we al onze leningen niet konden betalen van alleen mijn salaris. We deden aan de wereld voorkomen alsof we veel bezaten, maar als het erop aankwam was alles van de bank.

Die middag kwamen ze Joris’ BMW al ophalen. Huilend liep ik door ons huis. Al die spullen, al die troep, al die dingen, het heeft ons kapot gemaakt. Het feest was voorbij. Joris wilde niet toegeven en weigerde een bijstandsuitkering aan te vragen. Na een paar maanden vond hij een nieuwe baan. Toen bleek dat hij daar geld achterover drukte, was het voor mij voorbij. Deze man was ziek. Geobsedeerd door bezit. Zonder ook maar iets mee te nemen liep ik de deur uit. Stik in je klote spullen! Ik heb hem nooit meer gezien. Hij verdween spoorloos. De makelaar had via via gehoord dat hij in Dubai zat. Het zou me niets verbazen.

Met zijn vertrek kwam alle schuld op mijn bordje, 154.000 euro om precies te zijn. Bijna drie jaar lang zat ik in de schuldsanering. Ik leefde op 50 euro per week. Niet alleen om te eten, ook voor kleding, tandpasta, meubels, alles. Af en toe, wanneer ik in de Lidl de rekken afstruinde, verlangde ik even naar vroeger. Niet eens naar de traiteur of de Bijenkorf, maar gewoon naar winkelen bij de Hema zonder bang te zijn dat mijn pinpas weigert. En toch wist ik altijd: ik moet nu volhouden, dan krijg ik een nieuwe kans. Joris zal altijd op de vlucht moeten blijven. Ik neem mijn verantwoordelijkheid.

Een paar weken geleden deed ik mee aan een rommelmarkt in mijn dorp. Servies van Wedgewood, spullen van Villeroy en Boch. Weg ermee. Die troep herinnerde me aan een tijd waarin ik iemand was die ik nu verafschuw. Hoe heb ik me zo kunnen laten gaan? Aan het einde van de middag was bijna mijn hele kraampje leeg. Een man kwam naar me toe. ‘Je lijkt de grootste lol te hebben,’ zei hij. Dat was ook zo. Met alles dat weg ging, voelde het alsof ik dichter bij mezelf kwam.

Ik ben nu drie jaar uit de schuldsanering. Door een val van een paard ben ik arbeidsongeschikt geraakt. Ik pas nu op een woning die in de verkoop staat. Wordt het verkocht, dan ga ik door naar het volgende oppashuis. Nooit meer hoef ik bang te zijn wat ik bezit te verliezen, want ik bezit niets meer. Dat is pas vrijheid. Ik hoef niet meer te kopen om te voelen dat ik leef, want ik leef nu echt.’

Marielle heeft een site over geld: www.goedomgaanmetgeld.nl

Lees ook: ‘Van dubbel inkomen naar alleenstaande moeder’