Zo bouw je zelf pensioen op

Eerder stoppen met werken, een mooi vooruitzicht. Dionne (27) ziet dat wel zitten en spaart om op haar 60e te kunnen stoppen met werken. Ze deelt tips om zelf pensioen op te bouwen. 

Aan de hand van mijlpalen vertelt Dionne hoe zij eerder wil stoppen met werken door zelf pensioen op te bouwen. Ze blikt terug, deelt hoe ze er nu voor staat en haar toekomstplannen.  

2016: Topbaan maar geen pensioen

“Ik vond een supertoffe baan bij een start-up. Omdat het een nieuw klein bedrijf was, hadden ze geen pensioenregeling. Ik bouwde dus geen pensioen op. Ik was 25 en mijn vriendinnen zeiden: ‘Ah, joh. Ga lekker werken. Hoe je dat regelt met je pensioen zie je later wel.’ Dat had ik kunnen doen. Maar ik wist heel goed wat er gebeurt wanneer je geen pensioen opbouwt. De oma van mijn vriend is bijna 90 en moet rondkomen van alleen AOW. Ze heeft het er vaak over. Niet dat ze klaagt, maar het is gewoon lastig. Soms wil ze een gebakje halen voor zichzelf. Dan doet ze het toch niet, omdat ze het geld niet kan missen. Dat vind ik ontzettend sneu en wil ik voor mezelf ook niet. Dus ik besloot: ik ga zelf sparen voor mijn pensioen. Eerst maar eens op de ouderwetse manier, iedere maand geld overmaken naar mijn spaarrekening. Mijn ouders leerden me vroeger: probeer de helft van wat je krijgt te sparen. Kreeg ik twee gulden zakgeld, dan ging één gulden in mijn portemonnee om uit te geven. De andere gulden stopte ik in mijn spaarpot. Kijk, die 50% sparen haal ik tegenwoordig, nu ik op mezelf woon, niet meer. Maar sparen zit daardoor wel in mijn bloed.”

Tip van Dionne: “Krijg je geld binnen? Betaal dan altijd eerst jezelf uit. Eerst sparen, dan pas uitgeven. Als je sparen bewaart tot het laatst, blijft er niks over om weg te zetten.”

2017: Leren beleggen

“Mijn broertje vroeg of ik een spoedcursus beleggen van hem wilde krijgen. Dat wilde ik wel! Hij belegt al van jongs af aan. De spaarrente stond zo laag. Als ik wilde dat mijn geld groeide, moest ik naast sparen ook iets anders gaan doen. In het begin vond ik beleggen spannend. Er hangt toch een beetje dat gevoel omheen van: ‘Pas op! Je kunt je geld kwijt raken.’ Dat is natuurlijk ook zo, maar ik leerde dat je dat risico flink kunt verlagen door te spreiden. Niet op één paard wedden. Ook beleg ik echt voor de lange termijn. Het geld dat ik inleg, heb ik nog decennia lang niet nodig. Dus zelfs als het een paar jaar slecht gaat (zoals nu) staan daar weer wat goede jaren tegenover.”

Wanneer kan jij stoppen met werken?

Reken het hier uit

2018: Mijn eigen pensioenplan

“In 2018 nam ik ontslag. Ik wilde voor mezelf beginnen. Ik besloot nu een serieus pensioenplan te maken. Als ik vanaf nu freelancer bleef, was ik echt verantwoordelijk om zelf mijn pensioen op te bouwen. Deed ik niets, dan was er ook niets. Ik las alles wat los en vast zat. Over pensioenen, over beleggen, over aftrekbare premies, over sparen. Uiteindelijk maakte ik mijn eigen pensioen, dat ik baseerde op drie onderdelen:

1. Sparen


Ik spaar zo’n 5% van mijn inkomen. Omdat ik dit geld voorlopig niet nodig heb, stop ik het in deposito’s. Dat zijn spaarrekeningen waarbij je geld langer vast staat, waardoor je een wat hogere rente krijgt. Iedere drie maanden leg ik een bedrag in. Ik werk met wat ze noemen depositoladders. Dat betekent dat ik meerdere deposito tegelijk heb lopen. Allemaal met een andere einddatum. Daardoor komt er altijd wel binnenkort een bedrag vrij. Niet dat ik dat uit ga geven. Het is echt geld voor mijn pensioen. Maar het voelt goed om te weten dat ik erbij kan, mocht er ooit nood aan de man zijn.

2. Beleggen

Beleggen doe ik nog steeds. Ik heb gekozen voor 50% aandelen en 50% indexbeleggen. Bij indexbeleggen koopt je geen aandelen, maar trackers. Een tracker is een groepje kleine aandelen. Je koopt dus niet een aandeel in één bedrijf, maar allemaal hele kleine aandelen in verschillende bedrijven. Zo spreid je je kansen en verklein je je risico. Ook in deze gekke tijden.

LEES OOK: Over hoe je zelf pensioen opbouwt door te beleggen

3. Pensioensparen

Toen ik voor mezelf begon, opende ik een pensioenspaarrekening. Ik leg iedere maand een vast bedrag in, waarmee zij voor mij beleggen. Mijn inleg is aftrekbaar. Dat betekent dat ik alles wat ik hierop inleg, van mijn inkomen af mag trekken. En over dat deel hoef ik nu geen belasting te betalen. Dat geeft me dus een belastingvoordeel.”

De verschillende manieren om te sparen voor je pensioen, en hoe het zit met belasting betalen over je spaargeld, lees je op de site van Wijzeringeldzaken.

2051: Pensioentijd!

“In het jaar 2051 ben ik 60 jaar oud. Mijn vader gaat nu richting de 60. Een paar jaar geleden ging het bedrijf waar hij werkte, failliet. Vanwege zijn leeftijd was het daarna lastig voor hem om werk te vinden. Hij werkte soms hier, soms daar, dan weer even via een uitzendbureau, waar hij geen pensioen opbouwde. Ik zag hem ermee worstelen en dacht: hoe fijn zou het zijn als hij nu gewoon kon stoppen? Aan zijn situatie kan ik niet veel veranderen, maar mijn eigen toekomst ligt nog open. Dus werk ik er hard aan om tegen die tijd zelf met pensioen te kunnen. Ik hoef niet helemaal te stoppen, hoor. Ik vind mijn werk veel te leuk. Maar vanaf mijn 60e een stapje terug doen, lijkt me heerlijk. Misschien haal ik die leeftijd, misschien wordt het iets later. Ik hoef in ieder geval niet te wachten tot de overheid besluit dat het tijd voor mij is om met pensioen te gaan. Laat mij maar zelf de baas zijn over mijn pensioen. En zelf bepalen wanneer het mooi is geweest met werken.”

Dionne runt een eigen site, waar ze ook schrijft over haar geldplannen.

Wil je dit artikel nog een keer lezen? Bewaar hem dan op Pinterest: