In een van mijn nieuwe lievelingsboeken, staat een hoofdstuk over mentale boekhouding. Een paar zinnen in dat hoofdstuk veranderden mijn hele visie op kopen. Ik had er nog nooit zó over gedacht.

Lees meer: Deze geldboeken veranderden mijn leven

Ik las een stukje over het boek De Kunst van Goed Leven in de krant. En ik wist meteen: dat ga ik lezen. Het boek is geschreven door Rolf Dobelli, een Zwitserse schrijver en zakenman. Zo werkte hij als CEO van een aantal dochterondernemingen van Swiss Air. Zover zijn cv. Belangrijker is: deze man is al zijn leven op zoek naar de voorwaarden van het goede leven, war iedereen eigenlijk naar op zoek is. Hij leerde in zijn leven dat die regels vaak heel anders liggen dan we denken. Toen hij dacht er ongeveer uit te zijn, schreef hij dit boek. Waarin hij 52 regels voor goed leven optekent.

Er zitten – god zij dank – weinig open deuren bij. Hij wijdt aan iedere regel een hoofdstuk en bij ieder hoofdstuk dacht ik: zo kun je het ook bekijken. Niet dat ik het altijd met hem eens was, hoor. Maar het doet je wel nadenken over je eigen overtuigingen. Om een beetje een beeld te geven, de hoofdstukken hebben titels als: ‘De herinneringsrekening’ en ‘Neem een freak als vriend.’

Mijn lievelingshoofdstuk is gelijk het eerste, getiteld: Mentale Boekhouding. Hij vertelt hierin hoe hij in zijn hoofd met geld en geld uitgeven omgaat. In sommige dingen geloof ik niet helemaal. Zo heeft hij een rekening waarvan hij onverwachte uitgaven als een boete betaalt. Hij zegt de boete dan met minder negatieve gevoelens te betalen, omdat hij het geld er al voor gereserveerd had. Al vindt ook hij: geen boetes is nog een beter idee. Het zal voor hem best werken, maar ik zou dat niet zo voelen. Ik vind iedere euro naar boetes zonde, ook al heb ik het geld ervoor al weggezet.

Iets anders in dat hoofdstuk opende wel mijn ogen. Je zou zeggen: juist als ondernemer had ik het wel eerder zo kunnen bekijken, maar dus nooit gedaan. Rolf schrijft: ‘Ik verhoog in mijn hoofd de prijzen in winkels en restaurants altijd met vijftig procent. Dat is het bedrag dat een paar schoenen of zeetong á la meuniere mij echt kost – voor aftrek van de inkomstenbelasting op mijn inkomen. Stel dat een glas wijn tien euro kost, dan moet ik vijftien euro verdienen om me dit te kunnen veroorloven. Deze vorm van mentale boekhouding helpt me om mijn uitgaven in de hand te houden.’

Briljant. Toch? En realistisch. De prijzen in de winkel zijn voor ons allemaal netto prijzen. Wat daar staat, dat betaal je ook. Je krijgt niets meer terug via de belastingdienst, ofzo. Je salaris is bruto. Zeker als zzp’er of ondernemer zitten die brutobedragen in je hoofd. Daar betaal je nog wel belasting over. We kennen hier belastingtarieven die oplopen. De meeste mensen, met een modaal salaris, zullen zo’n 40 procent belasting betalen. Dat lijkt me in Nederland een dus een realistischer bedrag om mee te rekenen. Wil jij in de winkel een bank kopen van 500 euro, dan moet je bruto bij je baas dus 700 euro bruto hebben verdiend.

Zo staan er nog wel meer eyeopeners in het boek. Een aantal over geld. Leuk, wel, aangezien de meeste schrijvers en goeroes doen alsof geld iets verwerpelijks is en geen enkele invloed heeft op je geluk. Deze man erkent het belang ervan en heeft er hele nuchtere en inspirerende ideeën over. Gaat dat lezen, zou ik dus zeggen. Voor een ‘goed leven’ en voor gewoon eens wat nieuwe inzichten, ook over je financiën.

Lees ook: Had ik niet moeten vertellen wat wij verdienen?