Waar doen ze het van? Dat willen we stiekem graag van andere mensen weten. Iedere dinsdag laat iemand ons meekijken in haar kasboekje. Deze week Martine, die opgroeide bij hippie ouders en geen enkel belang hecht aan materieel bezit. Maar… ook niet aan het bezitten van geld.

NAAM Martine (24) maatschappelijk werker (32 uur)
RELATIE lat-relatie met Frank

NETTO-INKOMSTEN
Salaris: €1311 netto
Zorgtoeslag €11
TOTAAL €1322

VASTE LASTEN
Huur €550, inclusief water, gas, licht
Servicekosten €30
Boodschappen €125
Internet €20
Mobiele telefoon €16
Verzekeringen €120
Busabonnement €40
Goede doelen €45

TOTAAL €946

Spaarrekening €1350
Schulden  €0

Tevreden over je huishoudboekje?
‘Ja. Het lijstje verbaast me niet, hoor. Ik weet heel goed wat ik verdien en waar ik dat aan uitgeef. Het is iedere maand ook ongeveer hetzelfde. Ik ben geen spender, om het zo te noemen. Vriendinnen gaan ieder weekend wel winkelen in de stad. Die geven zo 300 euro uit, als ze een beetje gek doen. Dat doe ik nooit. Ik heb vijf broeken, misschien 15 shirtjes en drie paar gympen. Dat is genoeg. Wat moet ik met nog meer kleding? Wat moet ik met nog meer spullen? Mijn appartementje is nog geen 50 meter groot. Ik heb niet eens ruimte om het kwijt te kunnen.’

Jij gooit nooit eens een flink bedrag over de balk?
‘Het klinkt heel suf. Maar, nee. Ik ben opgegroeid in een hippie-gezin. De eerste paar jaar van mijn leven woonde ik zelfs met mijn ouders en zusje in een soort commune. Een woongemeenschap met allerlei andere gezinnen. Mijn ouders hadden er een grote moestuin, waar we vaak uit aten. Wortels, boerenkool. Heerlijk, allemaal. Alles wat zij oogsten werd gedeeld. Al heel vroeg leerde ik: je hoeft niet bang te zijn om minder te krijgen wanneer je deelt. Je krijgt er alleen maar meer van. Jij geeft je buren boerenkool, zij gunnen jou appels wanneer hun bomen vruchten geven. Spullen hadden we amper. Speelgoed? Nee, joh. We speelden buiten. Weer of geen weer. Ondanks dat ik nu in een gewoon appartement woon, alleen, zit die minimalistische levensstijl nog wel in me. Ik heb gewoon niets met spullen. Het maakt me ook niet blij om iets te kopen, wat ik bij anderen wel zie. Sommige mensen vinden me saai, omdat ik er zo over denk. Ik denk dat tevreden zijn met wat ik heb, het mooiste is wat mijn ouders me hebben geleerd.’

Je geeft iedere maand 45 euro per maand aan goede doelen. Dat is best veel, toch?
‘Als je dan toch iets zoekt waar ik veel geld aan uitgeef, is dat het. Spreek mij aan op straat uit naam van een goed doel en je hebt er gegarandeerd weer een donateur bij. Als ik eerlijk ben, heb ik me de meeste van die goede doelen aan laten smeren. Eigenlijk zou ik het lijstje met goede doelen waar ik aan geef, eens kritisch moeten doornemen. En moeten kiezen voor doelen die me echt aan het hart gaan. Dat zijn milieudoelen en projecten waarbij kinderen betrokken zijn. Nu geef ik ook aan hulphonden, dat is een prima goed doel, maar ik heb er persoonlijk niets mee. Ik durfde gewoon geen nee te zeggen tegen de verkoper op straat.’

Ben je een spaarder?
‘Niet echt. Als ik wat overhoud aan het einde van de maand, geef ik een vriendin een mooi cadeau. Iets waarvan ik weet dat zij er blij van wordt. Dat doe ik dan wel weer. Of ik koop bloemen voor mezelf, daar haal ik zelf plezier uit. Eigenlijk zou ik meer van mijn geld uit willen geven aan dat soort dingen. Iets waarvan je blij wordt of waarmee je een ander blij maakt. Nu gaat toch het grootste deel op aan saaie rekeningen. Huur, telefoon, boodschappen. Laatst zag ik op internet een documentaire over een man die deed aan dumpster diving. Hij kocht bijna nooit eten bij de winkel, maar kookte met wat hij vond in prullenbakken van anderen. Dat lijkt ranzig, maar hij wist er de lekkerste dingen van te maken. Dat vind ik gaaf. Met zo min mogelijk leven. Maar ja, om nou ‘s nachts de vuilnisbakken van mijn buren af te gaan. Dat gaat me ook weer een beetje ver.’

Je betaalt 550 euro voor een appartement, inclusief gas, water en licht. Dat heb je goed geregeld.
‘Ik woon hier sinds ongeveer een jaar, na heel lang zoeken. Hier in Lelystad, waar ik woon en werk, liggen de huurprijzen een stuk lager dan in Amsterdam, bijvoorbeeld. En toch was mijn huizenjacht een ramp. Ook hier vragen ze voor een beetje appartement al gauw 800 euro. Dat kan ik helemaal niet betalen. Via vrienden van mijn ouders vond ik uiteindelijk dit. Mijn vrienden noemen het ‘Martine’s hok.’ Niet eens omdat het zo klein is, maar omdat het vrij donker is. Ach, ik heb er genoeg aan. Ik ben toch liever buiten.’

Je werkt vier dagen per week als maatschappelijk werker. Waarom niet fulltime?
‘Mijn ouders leerden me: je werkt om te leven, je leeft niet om te werken. Ik vind mijn werk leuk, begrijp me niet verkeerd, maar lekker vrij zijn stiekem toch net iets leuker. Nu is mijn werk als maatschappelijk werker best pittig. Ik krijg de hele dag door problemen te horen, er wordt veel van mij gevraagd, dus ik vind die vier dagen genoeg. Dan heb ik nog één doordeweekse dag over om weer tot mezelf te komen. En ook eens over mijn eigen leven na te denken, in plaats van altijd over dat van een ander. Als ik fulltime zou werken, zou ik meer geld krijgen. Ja, natuurlijk. Ik heb een hoop ambities, alleen is rijk worden daar niet één van.’

Hoera, binnenkort ligt mijn boek ‘Duur huis, nooit thuis’ in de winkels.  Over snijden in je vaste lasten en zo meer vrijheid creëren in je leven.  Je kunt ‘m nu al reserveren via bol.comVind ik leuk!