Hallo millennials. Denk jij dat wij ooit nog AOW krijgen? Ik twijfel eraan. En zo heb ik nog vijf andere hele goede redenen waarom juist onze generatie bewust met zijn financiën om moet gaan. 

Vroeger was alles beter. Right? Hoe vaak hebben we dat al niet van onze ouders gehoord. Onzin, natuurlijk. Behalve als het gaat over één ding. Financiële zekerheid. Mijn vader en moeder groeiden op in de tijd van vaste contracten, van het vroegpensioen (ken je dat woord nog?) en van een huizenmarkt waarin je huis oneindig meer waard werd. Not anymore. Onze toekomst ziet er niet minder rooskleurig uit, dat hoor je mij niet zeggen, maar wel een stuk onzekerder. Ik geef je zeven redenen waarom je als millennial zeker, vandaag nog met je financiën aan de slag moet: 

  1. AOW. Algemene Ouderdomswet. Als er ergens veel over gepraat is de laatste jaren in Den Haag, is dit het wel. Al zijn het vooral ouderen die moord en brand schreeuwen. De stem van jongeren hoor je amper. Er wordt meer over ons gepraat dan met ons, lijkt het soms. Als je mij vraagt of ik denk dat Aow er nog is in zijn huidige vorm, wanneer ik daar recht op zou hebben, durf daar niet volmondig ‘ja’ op te zeggen. Dus reken ik er maar niet op en neem mijn eigen verantwoordelijkheid. Dan kan het alleen maar meevallen.
  2. Vaste contracten. Ken jij nog iemand die er één heeft? Ja, ik wel, trouwens. Een handje vol mensen. Toch vind ik zo’n vast contract eigenlijk iets van de vorige eeuw. Onze generatie bestaat uit flexwerkers en mensen met tijdelijke contracten. Het is nu nog wennen voor velen, maar straks weten we niet anders meer. Tenminste, dat denk ik. En bovendien: wil je nog 30 jaar achter hetzelfde bureau zitten? Word je daar wel blij van? Wel belangrijk als je dan financieel iets hebt om op terug te vallen, wanneer zo’n tijdelijk contract weer eens niet verlengd wordt.
  3. Huizenprijzen. Vroeger zagen mensen hun huis als een goudmijn. Waar je ook woonde, de huizenprijzen leken ieder jaar wel over de kop te gaan. We weten inmiddels dat dat geen zekerheid meer is. Ja, het gaat nu weer goed, maar hoe is dat over twintig jaar. En eigenlijk is het toch ook heel raar dat iets wat je iedere dag gebruikt, je huis dus, meer waard wordt. De andere dingen die ik gebruik worden alleen maar minder waard, tenslotte. Ook hierbij zou ik zeggen: niet teveel op rekenen. We weten inmiddels dat we het nooit weten.
  4. Jouw ouders kunnen je ook niet helpen
    Kregen onze ouders nog zakken met geld mee vanuit huis, onze generatie niet. Tenminste, de meeste niet. De babyboomers – pardon my French – worden hartstikke oud en hebben hun centjes zelf hard nodig. Dit is een generatie die het echt zelf moet doen.
  5. Je kinderen.
    Pas op, nu word ik sentimenteel. Je wilt je shit toch op orde hebben voor je kinderen? Hun tijd zal nog wel onzekerder worden dan die van ons. Hoe fijn is het dan als je ze een duwtje in de rug kunt geven tegen de tijd dat dat nodig is? Om dat te kunnen doen moet je wel je eigen zaakjes op orde hebben. Lees ook: Hoe ik op mijn 33e al gedeeltelijk met pensioen kon gaan 
  6. Op je 71e met pensioen
    Ik ben dik 70 wanneer ik recht heb om met pensioen te gaan. Het recht om met pensioen te gaan. Gekke zin, eigenlijk. Want waarom laat ik de overheid dat bepalen? Waarom ben ik zelf niet degene die bepaalt wanneer het genoeg is voor mijn lijf en voor mijn geest. Lijkt me een fijn gevoel, als je dat zelf in de hand hebt. 

Hoera, binnenkort ligt mijn boek ‘Duur huis, nooit thuis’ in de winkels. Over snijden in je vaste lasten en zo meer vrijheid creëren in je leven.
Je kunt ‘m nu al reserveren via bol.com. Vind ik leuk!