Naomi (38) betaalde jarenlang in haar eentje de vaste lasten. Het bedrijf van haar vriend liep namelijk niet goed, dacht ze. Toen ze uit elkaar gingen, bleek er 27.000 euro op zijn rekening gestaan.

‘Ons eerste huisje was een appartement midden in de stad. We waren allebei helemaal euforisch toen we de sleutel kregen. Na zes jaar latten waren we er zo aan toe om elke ochtend samen wakker te worden. Hij bracht wat meubels mee, ik ook. Het voelde echt als thuis. Over de financiën deden we niet moeilijk. Degene die meer verdiende, betaalde wat meer. Toen hij na een paar jaar voor zichzelf ging werken als ict-er, kwam er wat meer op mijn bordje. Geen probleem. Hij was in loondienst niet gelukkig. Ik wilde niets liever dan hem gelukkig zien, dus steunde ik hem erin. Ik werkte als manager op een klantenservice en verdiende prima. Meestal maakte hij 200 of 300 euro over, en deed ik de rest. De vaste lasten liepen al snel aardig op. Huur, gas, water, licht, abonnementen, verzekeringen. Ik betaalde zeker 1000 euro. En weet je; het maakte me niets uit. Geld was voor mij niet belangrijk. Ik kon nog alles doen wat ik wilde. Af en toe uit eten met vriendinnen of naar de bioscoop. Alleen van sparen kwam niets. Maar ach, dat was dan maar zo.’

Lees ook: “Marielle had 1,5 ton schuld”

‘Op mijn 27e ging ik voor mijn werk naar Zweden. Het was een kans die ik nog kon laten schieten. Ik vond er een huis en bleef daar een half jaar. In die tijd betaalde ik niet alleen mijn vaste lasten daar, maar ook in Nederland. Mijn vriend redde het niet alleen en ik kon hem toch niet op straat zetten? We hielden van elkaar. Deze situatie was maar tijdelijk, hield ik mezelf voor. Wanneer ik terug was, kwam het vast goed. Maar toen ik na zes maanden terug kwam, was er niets veranderd. Zijn bedrijf liep nog niet goed en een vaste baan, dat wilde hij niet meer. ‘Daar word ik ongelukkig van,’ zei hij. Toen dacht ik voor het eerst; jij verdient een schop onder je kont. Onze relatie was niet in balans. Niet alleen financieel. Ik voelde me steeds vaker zijn moeder. Had hij weinig werk, dan zocht ik voor hem naar klussen. Hij toonde zelf geen enkel initiatief. Ik begon die vent die de hele dag achter zijn computer hing, zat te worden. Ik wilde iemand met pit, die mij ook eens bij de hand pakte en zei; zo gaan we het doen.’

Lees ook: ‘Ons huwelijk strandde ongeveer tegelijk met het instorten van de woningmarkt’

‘We lagen samen in bed en ik gooide het er zo uit: ‘Ik wil uit elkaar.’ Hij sputterde wat, maar legde zich er snel bij neer. Typisch mijn ex. Hij vocht nergens echt voor. Nog acht maanden bleef hij in mijn huis wonen, al hadden we afgesproken dat hij zou vertrekken. Toen besloot ik zelf maar weer de kar te trekken en surfte naar Funda. ‘Hoeveel kun je betalen?’ vroeg ik hem. Hij rekende wat voor en zei toen heel onnozel: ‘Oh ja, ik heb nog 27.000 euro op een spaarrekening staan.’ Het voelde alsof hij me in mijn maag stopte. ‘Ik was dat geld even vergeten,’ zei hij. 27.000 euro, herhaalde ik steeds maar in mijn hoofd. 27.000 euro. Zoiets vergeet je niet. Hij keek me onschuldig aan, maar ik begreep; hij heeft me gebruikt. Nooit had ik iets gemerkt. Hij kocht een keer per jaar een dure, nieuwe camera voor zichzelf. Maar ik dacht; daar heeft hij voor gespaard. Dat gun ik hem. Vriendinnen zeiden dat ik de helft moest opeisen. Maar we hadden geen samenlevingscontract, waren niet getrouwd. Ik wilde ook niets meer met hem te maken hebben. ‘Ga weg, alsjeblieft,’ riep ik. Hij ging naar een koophuis, waar hij zijn eigen vermogen in stopte. Ik bleef achter met niets behalve een financieel trauma. Mijn nieuwe vriend liet met op onze derde date al zijn afschriften zien. De schat.’

Dit artikel verscheen eerder in tijdschrift Flair