Sparen voor je kinderen. Als je het doet, hoe pak je dat dan aan? Hoeveel spaar je en zet je dat geld braaf op een spaarrekening of beleg je ermee?

Wij sparen, om eerlijk te zijn, (nog) niet voor onze kinderen. Ooit was het plan vanaf hun geboorte 50 euro per maand per kind te doen. We hebben twee jongen. Dan zouden zij op hun 18e allebei dik 10.000 euro hebben, even gerekend met de baggerrente van nog geen 1% die je tegenwoordig kunt krijgen. Het zou genoeg zijn om ze grotendeels leningloos te laten studeren. Al is er natuurlijk altijd het risico dat ze het geld in een keer over de balk smijten aan een nieuwe auto. Laat ik mijn twee jongens vooralsnog het voordeel van de twijfel geven en erop vertrouwen dat ze dat niet doen. Ik moet toegeven: we zijn nog niet begonnen met sparen voor de jongens. Het idee is nu: als we onze financiën over het algemeen beter op orde hebben, kunnen we tegen die tijd ook de studie makkelijker betalen. Dus zien we het aflossen van onze hypotheek ook een daad die we uit liefde voor onze kinderen doen. En met een oog op hun toekomst.

Lees ook: 15 gouden tips die je helpen sparen

Maar oké, stel je spaart wel. Hoeveel moet je dan überhaupt sparen voor je kinderen? Bij het Nibud denken ze dat studeren in de toekomst meer gaat kosten dan de meeste ouders per maand aan hypotheek betalen. Ze schrijven: ‘Wilt u een spaarpot aanleggen als een bijdrage in de studiekosten? Als richtbedrag kunt u ervan uitgaan dat studeren ongeveer 1000 euro per maand kost. Dit is een richtbedrag omdat u nog niet weet of het kind gaat studeren, of het uit- of thuis gaat wonen, en of het een mbo, hbo of wo-studie gaat volgen.’  Sorry, maar ik moet daar een beetje om lachen. 1000 euro per maand? Om te studeren? Dat is zeker aan een school met studieboeken van puur goud? Los van of die kosten kloppen, vind ik persoonlijk dat je kind niet alles betaald hoeft te krijgen. Uit onderzoek blijkt dat jongeren die zelf meebetalen aan hun studie meer gemotiveerd zijn om hard te werken. Dat lijkt me niet meer dan gezond. Tuurlijk wil je als ouders je steentje bijdragen en heb je daar een verantwoordelijkheid in. Maar je hoeft je kinderen niet volledig te onderhouden met een toelage van 1000 euro per maand.

Hoeveel dan wel? Het collegegeld voor een hbo-opleiding is gemiddeld 2000 euro per jaar. Daar komen nog boeken bij (gemiddeld 55 euro per maand) en eventuele reiskosten (ook 55 euro). Deze bedragen komen ook van het Nibud. Kamerhuur, zorgverzekering, boodschappen, ontspanning, kleding en schoenen en telefonie reken ik niet tot de kosten van studeren. Dat zijn levenskosten die je waarschijnlijk, zeker als je kind thuis woont, toch al voor een deel draagt. Puur studeren kost dus minimaal 2715 euro per jaar kosten. De gemiddelde studie duurt vier jaar, dan kom je dus op 10.860 euro voor een studie. Dus, als je 18 jaar lang, 50 euro per maand apart zet, red je dat. Al is er nog een addertje onder het gras en dat addertje heet inflatie. Dit betekent dat alles steeds duurder wordt (studeren dus ook) en geld dus minder waard. Hou rekening met een inflatiecijfer van gemiddeld 2%, dan zit je altijd goed.

Je hebt je voorgenomen om te gaan sparen voor je kinderen. Doe je dat dan op een spaarrekening, waar het veilig is maar je weinig ‘verdient’ met je geld. Of ga je de beurs op? Er stond afgelopen weekend een artikel over deze vraag in het FD. Daar schrijven ze:
‘Of het geld wordt gespaard of belegd is natuurlijk afhankelijk van persoonlijke en objectieve factoren. ‘Maar in principe kunnen ouders en grootouders dat geld beter beleggen dan sparen’, zegt Pascale Schyns, financieel planner bij Bankeniers in Laren (Noord-Holland). ‘Het gaat immers om vermogensopbouw op lange termijn. Beleggen levert dan naar verwachting meer op dan sparen. Weliswaar fluctueert de waarde van beleggingen, maar als je periodiek, bijvoorbeeld elke maand, een bepaald bedrag inlegt, demp je de fluctuaties. Want de ene maand is de aankoopkoers hoog en de andere maand laag.’

Lees ook: Hoe dat kleine beetje rente je toch rijk kan maken

Het ligt er natuurlijk aan of je meteen al na geboorte begint met sparen voor je kinderen, of pas de geest krijgt op hun 15e verjaardag. Heb je nog veel tijd, dan kun je best het risico van de beurs nemen. Ups en downs wisselen elkaar af, waardoor je uiteindelijk, waarschijnlijk, gemiddeld een hoger rendement haalt dan op een spaarrekening. Maar je kunt ook pech hebben. Dan gaat je zoon of dochter net studeren wanneer de beurs op een all time low is. Midden in een recessie, bijvoorbeeld. Dan is je geld misschien veel minder waard dan als je het op die veilige spaarrekening had laten staan. Ik zou in deze keuze ook mee laten spelen hoe je er verder financieel voor staat. Zit je ruim in je jasje, dan kun je dat risico makkelijker nemen dan wanneer dit echt het enige geld is dat je beschikbaar hebt voor de studie van je kinderen. En, natuurlijk: doe waar je je goed bij voelt. Krijg je knikkende knieen van het idee dat je geld op de beurs staat, doe het dan niet. Je kinderen hebben je al vaak genoeg van nachtrust beroofd toen ze klein waren. Laat het geld voor hun studie vooral niet datzelfde effect hebben.

Lees het hele artikel in het FD hier. Er wordt ook gesproken over alternatieven voor gewone spaarrekeningen en hoe het zit met de voorwaarden van speciale kinderspaarrekeningen. Voor het lezen van het FD-artikel hoef je niet voor te betalen. Iedereen leest 5 artikelen per maand helemaal gratis. Daar houden we van!

Hoera, in oktober ligt mijn boek ‘Duur huis, nooit thuis’ in de winkels. Je kunt ‘m nu al reserveren via bol.com. Vind ik leuk!