Zo budgetteer je als je per vier weken salaris krijgt

Sommige mensen krijgen niet per maand maar per vier weken salaris betaald. Daardoor kunnen je financiën flink in de soep lopen. Wij bieden de oplossing.

Misschien denk je wel: lekker belangrijk. Of je nu per maand of per vier weken uitbetaald krijgt. Die paar dagen verschil. Maar als je het ooit hebt meegemaakt, snap je de impact wel. Een maandelijks budget loopt helemaal in de soep van een uitbetaling van salaris per vier weken. Er zijn drie dingen waar je meteen al tegenaan loopt.

1. Je salaris is lager

Wanneer je per vier weken uitbetaald krijgt, krijg je niet 12 keer salaris maar 13 keer. Dat betekent dus dat je salaris lager is bij iedere uitkering. Uiteindelijk komt het per jaar op hetzelfde neer. Als je per maand blijft uitgeven zoals met een regulier maandsalaris (zoals je misschien gewend bent) kom je in de knoop en beland je in het rood.

2. Je geeft makkelijker uit

Je ontvangt vaker salaris en dus heb je vaker dat moment waarop je even lekker los gaat, wat veel mensen hebben net nadat ze geld ontvangen. Omdat je salaris ook lager is, kan dit er ook weer voor zorgen dat het financieel niet lekker loopt.

3. Data lopen door elkaar

De datum waarop je salaris krijgt komt niet meer overeen met de data waarop rekeningen worden afgeschreven. En dus kan het gebeuren dat er niet genoeg geld op je rekening staat om je rekeningen te betalen, omdat je je salaris nog niet binnen hebt. Of omdat je je geld allemaal al uit hebt gegeven.


De oplossing voor dit probleem is eigenlijk heel simpel. Je moet je eigen baas gaan worden. Ik bedoel daarmee niet dat je uit loondienst weg moet gaan, maar dat je jezelf salaris per maand moet gaan betalen. Dat lost al deze problemen in één keer op. Je hebt daarvoor alleen wel een financieel buffertje nodig. Als je nu nog paycheck to paycheck leeft en dus geen buffer hebt, moet je daaraan gaan bouwen.

Hoe werkt het?

Je opent een spaarrekening waar je je salaris op zet wanneer het binnenkomt. Het mag ook een aparte betaalrekening zijn waar je salaris op wordt gestort, maar die kost vaak extra geld. Dus een spaarrekening waar je het handmatig opzet, kan ook.

Vanaf die rekening ga je jezelf salaris betalen, per maand. Reken dus even uit hoeveel je netto verdient per jaar en zet dat per maand op je rekening. Kies een dag die past en dichtbij de datum ligt waarop rekeningen worden afgeschreven.

Dit systeem werkt het beste wanneer je twee betaalrekeningen hebt. Eentje om de vaste lasten vanaf te laten schrijven. Hier zet je genoeg geld op om al die bedragen van te betalen. Dit gaat allemaal automatisch en van deze rekening heb je ook geen pinpas nodig. Liever niet zelfs, om te voorkomen dat je van deze rekening geld gaat opnemen. Of er aankopen mee gaat pinnen. Dat is dus niet de bedoeling. Van deze rekening blijf je – nadat je er geld op zet – af.

De tweede rekening is een betaalrekening met pinpas. Hier zet je geld op dat je vrij mag uitgeven aan variabele kosten zoals boodschappen, benzine, leuke dingen doen en cadeautjes. Bedenk vooraf even wat passende bedragen zijn. Ik zet dit geld per week voor mezelf klaar en noem het dan ook mijn ‘weekgeld.’ Zo voorkom ik dat ik mijn hele maandbudget voor variabele kosten in week één al uitgegeven heb. Het is een soort zelfbescherming. Het geld dat je elke week gebruikt als weekgeld, maak je dus over vanaf de spaarrekening of betaalrekening waar je salaris op wordt gestort.

LEES OOK: “Doe dit met je salaris zodra het binnen is”

Door het op deze manier aan te pakken, creëer je ook met een salaris per vier weken, een financiële huishouding alsof je per maand betaald krijgt. In het begin is het misschien even sparen om het voor elkaar te krijgen, maar je zult zien dat het top werkt.

Wil je dit artikel nog een keer lezen? Bewaar hem dan op Pinterest:

Wil je een reactie inspreken voor de podcast of heb je een vraag?

Spreek je bericht in via de Whatsapp van PorteRenee: 06-47250448.
Misschien zit jij komende vrijdag dan wel in de PorteRenee Podcast.