Ik hoor het vaak: beleggen is eng! Dat vond ik ook. Tot ik ontdekte hoe je de beurs op kunt met je spaargeld (dag 0,2% spaarrente!) zonder al teveel risico.

0,3% rente kreeg ik op mijn spaarrekening. Dat was al om te huilen. De mannen en vrouwen van RTL Z voorspelden dat het dieptepunt nog niet bereikt was. En ja hoor, mail van de bank. De rente werd verlaagd naar 0,2%. Dat is 20,- rente op 10.000,- spaargeld. Je gunt de bank een heel jaar al jouw spaargeld en je kunt van de opbrengst niet eens één keer met je gezin naar de McDonalds. Wat zeg ik? De inflatie was nog hoger dan de spaarrente, waardoor mijn geld gewoon stond te verdampen op mijn spaarrekening. Lekker, dan. Mijn man en ik gingen op zoek naar alternatieven. We vonden een bank in Tsjechië die nog wel een beetje rente gaf. Ik dacht iets te vaak aan IceSave om dat aan te durven. Ik had te lang en hard gespaard voor mijn geld om het in rook op te zien gaan.

Lees meer: Wat doe je met dat geld? Aflossen? Sparen? Aandelen?

Beleggen dan maar, vertelden online en offline financiële goeroes me. De crisis was voorbij. The only way was up. Ik was gezond sceptisch. Beleggen was niet compleet nieuw voor me. Ik deed in 2009 al eens een poging. Dat leverde me 30% winst op binnen 1,5 maand. Top natuurlijk, al voelde het een beetje teveel als Russische roulette. Zwart of rood, zeg maar. Ik had in die 1,5 maand ook bijna alles kwijt kunnen raken. Alleen stond het geluk toevallig aan mijn kant. Aan mijn kennis kon het niet liggen. Ik dacht dat ik met mijn aandelen Gamma een stukje van de bouwmarkt had gekocht, terwijl het een bijna failliet bedrijf in textiel bleek te zijn. Ai. Op die manier gokken is leuk met een paar honderd euro, maar niet met het geld waar je ooit van met pensioen hoopt te gaan, of waarmee je je hypotheek af wilt lossen. Wat ik wilde was: een redelijk rendement, zonder het grote risico. The best of both worlds.

Tijd voor uitvoerig veldonderzoek (jaja). Want ik had geen zin om de helft van mijn inleg kwijt te raken aan een bank of broker die rijk zit te worden achter zijn computerscherm. Ik koos uiteindelijk voor DeGiro. Ook nadat ik in het boek ‘Miljonair met een gewone baan’ van econoom Oeds-Jan Postma las dat ook hij daar zit. Hij heeft ervoor gestudeerd dus hij kan het weten. Ik maakte een account aan. So far so good. Ik besloot geen aandelen te kopen, maar te beleggen in indexfondsen, ook wel trackers genoemd. Niet afhaken, nu. Veel ingewikkelder dan deze term wordt het echt niet. Indexfondsen/trackers zijn pakketjes van aandelen. Wanneer je die koopt, koop je dus niet één aandeel, maar meerdere kleine aandelen. Sommige indexfondsen bestaan wel uit honderd verschillende bedrijven. Het is maar net hoeveel risico je bereidt bent te nemen. Ik, weinig. Ik heb gewoon geen zin om er wakker van te liggen.

Eng? Niet echt, meer. Zelfs als er één bedrijf in mijn indexfonds over de kop gaat of instort, dan staat de rest nog overeind om dat op te vangen. En doordat ik dit geld voor langere tijd laat staan, is er ook geen paniek wanneer het een paar jaar crisis is. Daar klimmen we wel weer uit. Mijn tactiek is nu: inleggen en loslaten. Daarover ontstaat hier thuis nog wel eens wrijving. Ja, laten we het zo maar noemen. Mijn man heeft de app van DeGiro gedownload en checkt iedere dag even hoe de boel ervoor staat. Dat deelt hij mij ongevraagd mede. Ons vermogen groeit af en toe maar krimpt ook soms. Ik wil het niet weten. Ik laat het gewoon staan en kijk er eens per jaar naar. Loslaten, die hap. Anders word ik bloednerveus. Al is dat eigenlijk niet nodig, want door in indexfondsen te beleggen, hebben we het risico minimaal gemaakt. De kans dat een inbreker morgen mijn huis binnendringt en mijn roze spaarvarken steelt, is vele malen groter. Zelfs in dit kleine dorpje waar ik woon.

Lees meer: Voor het eerst beleggen, 30% winst

Deze tekst schreef ik in samenwerking met DeGiro. De inhoud is voor 100% van mij.